Tijdregistratie in de Belgische transportsector: meer dan alleen de tachograaf

Belgische transportbedrijven investeren fors in de naleving van de tachograafvoorschriften. De digitale tachograaf registreert rijtijd, snelheid, rusttijden en activiteitsmodi, en transportmanagers zijn goed op de hoogte van de downloadintervallen en de regels inzake overtredingen. Maar de tachograaf vertoont een tekortkoming die de RSZ regelmatig uitbuit tijdens controles: hij registreert wat er achter het stuur gebeurt, niet de volledige werkdag. Het laden in het depot voor vertrek, wachten bij een klant, het invullen van leveringsdocumenten en het rijden met de bedrijfswagen naar een ophaalpunt zijn allemaal werktijd volgens de Belgische en EU-wetgeving. Geen van deze activiteiten komt voor in de tachograafgegevens. Hier leest u hoe u die leemte kunt dichten met Suivo’s gecombineerde oplossing voor tachograafregistratie en tijdregistratie van personeel.

Wat de tachograaf wel en niet registreert

EU-verordening 561/2006 schrijft voor dat in de meeste bedrijfsvoertuigen van meer dan 3,5 ton die worden gebruikt voor het vervoer van goederen of passagiers over de weg, digitale tachografen moeten worden geïnstalleerd. De tachograaf registreert:

  • Rijtijd: uren achter het stuur.
  • Rusttijden: dagelijkse rusttijd (minimaal 11 uur, driemaal per week te verkorten tot 9 uur) en wekelijkse rusttijd (minimaal 45 uur).
  • Overige werkzaamheden: de tijd waarin de chauffeur niet rijdt maar wel in dienst is, bijvoorbeeld wanneer hij tijdens het laden in de cabine zit.
  • Beschikbaarheid: het tijdstip waarop de chauffeur beschikbaar is, maar niet op zijn post hoeft te zijn, bijvoorbeeld wanneer hij op een veerboot wacht.

Wat er niet wordt vastgelegd:

  • Tijd die vóór vertrek in het depot wordt doorgebracht (voertuigcontroles, instructiebijeenkomst, papierwerk).
  • De tijd die op het terrein van een klant wordt doorgebracht met wachten op het lossen, indien de chauffeur de cabine heeft verlaten.
  • Administratieve werkzaamheden die tussen de ritten door op kantoor zijn uitgevoerd.
  • Elke activiteit van de chauffeur wanneer hij zich niet in een voertuig bevindt dat is uitgerust met een tachograaf (bijvoorbeeld het besturen van een bestelwagen van minder dan 3,5 ton, wat gebruikelijk is bij bezorging op de laatste kilometer).

Deze niet-geregistreerde uren worden zowel volgens de Belgische wetgeving als volgens EU-richtlijn 2002/15 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele wegvervoersactiviteiten uitoefenen, beschouwd als daadwerkelijke arbeidstijd.

EU-richtlijn 2002/15: de regels inzake arbeidstijd die verder gaan dan de tachograaf

Richtlijn 2002/15 (omgezet in Belgisch recht) stelt de maximale arbeidstijd vast voor werknemers in het wegvervoer:

  • Maximaal 60 uur per week (op voorwaarde dat het gemiddelde over vier maanden niet hoger is dan 48 uur).
  • Gemiddeld 48 uur per week over een referentieperiode van 4 maanden.
  • Nachtwerk: werknemers die 's nachts transportwerkzaamheden verrichten (tussen 00.00 en 04.00 uur voor goederenvervoer) mogen in een periode van 24 uur niet langer dan 10 uur werken.

De tachograaf registreert de rijtijden, maar geeft geen volledig beeld van de werktijd dat nodig is om na te gaan of aan deze limieten wordt voldaan. Belgische arbeidsinspecteurs (SIOD/TSW) en RSZ vergelijken de gegevens van de tachograaf met de tijdregistratie om na te gaan of werknemers stelselmatig langer werken dan de limieten van de richtlijn toestaan. Zonder afzonderlijke tijdregistratie beschikken transportbedrijven niet over gegevens die zij kunnen overleggen voor de delen van de werkdag waarin niet wordt gereden.

Wanneer vrijstellingen voor tachografen de kloof vergroten

Niet voor alle vervoersactiviteiten is een tachograaf vereist. Veelvoorkomende Belgische uitzonderingen op de vervoersregels zijn onder meer:

  • Voertuigen die worden gebruikt voor distributie over korte afstanden (vaak binnen een straal van 50 km rond de vestiging van de exploitant).
  • Voertuigen met een bruto voertuiggewicht van minder dan 3,5 ton.
  • Betonmixers en voertuigen voor het vervoer van bouwmaterialen (vaak geheel of gedeeltelijk vrijgesteld op grond van de uitzonderingen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 561/2006).
  • Landbouw- en bosbouwvoertuigen.

Voor deze voertuigcategorieën is er helemaal geen tachograaf aanwezig, maar de werknemers die ermee rijden hebben toch recht op bescherming op het gebied van arbeidstijden en de werkgever blijft verplicht tot RSZ . Zonder tachograafgegevens als uitgangspunt moet de tijdregistratie ergens anders vandaan komen: ofwel via een handmatig urenregistratiesysteem, ofwel via een digitaal tijdregistratieplatform.

Belgische bedrijven in de toeleveringsketen van beton en bouwmaterialen, zoals fabrieken voor stortklaar beton die leveren aan bouwplaatsen in heel Vlaanderen en Wallonië, vallen vaak onder deze categorie. Hun chauffeurs vallen misschien buiten het toepassingsgebied van de tachograafregels, maar hebben toch nauwkeurige tijdregistraties nodig voor de loonadministratie, de sociale zekerheid en controledoeleinden.

PC 140: de gezamenlijke commissie die de arbeidstijden in de vervoerssector regelt

Belgische transportwerknemers die onder het Gemengd Comité 140 (wegvervoer) vallen, hebben sectorspecifieke collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO’s) inzake arbeidstijd, rusttijden, overuren en toeslagen voor nachtwerk. Belangrijke aspecten met betrekking tot de tijdregistratie:

  • Drempel voor overuren: de normale werktijd in PC 140 bedraagt 38 uur per week. Voor uren die deze drempel overschrijden, geldt een overwerkvergoeding tegen de in de sector overeengekomen tarieven.
  • Toeslag voor nachtwerk: werknemers in het nachtvervoer hebben recht op een extra vergoeding; om te bepalen welke uren hiervoor in aanmerking komen, zijn nauwkeurige begin- en eindtijden nodig.
  • Wacht- en stand-bytijd: sommige werknemers in de transportsector hebben wachtdienst, maar zijn niet actief aan het werk; de Belgische wetgeving en KP 140 bevatten specifieke regels over hoe deze tijd wordt berekend en vergoed.

Dit alles kan niet correct worden berekend op basis van alleen de tachograafgegevens. Een transportbedrijf dat tachograafgegevens als enige tijdregistratie gebruikt, berekent vrijwel zeker het loon voor niet-rijtijd verkeerd, wat zowel het risico op onderbetaling van werknemers als onjuiste socialezekerheidsaangiften met zich meebrengt.

Combinatie van tachograafgegevens en tijdregistratie

De praktische oplossing voor Belgische transportbedrijven is om een tijdregistratiesysteem naast de tachograafgegevens te gebruiken, en niet in plaats daarvan. De tachograaf blijft het officiële bewijs van de rijtijd en de naleving van Verordening 561/2006. Het tijdregistratieplatform registreert de volledige werkdag, van het eerste inklokken tot het laatste uitklokken, inclusief tijd in het depot, wachttijd en alle activiteiten die niet door de tachograaf worden geregistreerd.

De voertuigvolgoplossing van Suivo integreert tachograafgegevens (op afstand gedownload via de oplossing voor het op afstand downloaden van tachograafgegevens) met het platform voor de registratie van de werktijden van het personeel. Dit betekent:

  • De rijtijd uit de tachograaf wordt automatisch gekoppeld aan de tijdregistratie van de werknemer.
  • De werktijd buiten het rijden wordt geregistreerd via de tijdregistratieoplossing op het mobiele apparaat van de chauffeur.
  • Het gecombineerde overzicht geeft een volledig beeld van de werkdag van elke chauffeur met het oog op de naleving van RSZ, Richtlijn 2002/15 en PC 140.

Lees in de casestudy over Van Moer hoe Van Moer Logistics dit heeft aangepakt voor hun trailerpark.

Een praktische checklist voor Belgische transportbedrijven

  • Bepaal het toepassingsgebied van de tachograaf: welke voertuigen vallen onder Verordening 561/2006 en welke zijn daarvan vrijgesteld.
  • Voor alle chauffeurs: voer een digitaal in- en uitkloksysteem in voor de volledige werkdag, niet alleen voor de rijtijd.
  • Voor voertuigen die zijn uitgerust met een tachograaf: integreer het op afstand downloaden van tachograafgegevens in uw workforce management , zodat de rijtijd en de totale werktijd in één rapport zichtbaar zijn.
  • Controleer de PC 140-overeenkomsten: ga na welke CAO’s van toepassing zijn op uw personeel en stel uw systeem zo in dat er een waarschuwing wordt gegeven wanneer de wekelijkse limieten of de limieten voor de referentieperiode bijna zijn bereikt.
  • Bewaar de gegevens gedurende 5 jaar: Richtlijn 2002/15 schrijft voor dat gegevens moeten worden bewaard; een termijn van 5 jaar dekt zowel de RSZ als de meeste onderzoeken van de arbeidsinspectie.

Klaar om de kloof tussen de tachograaf en de totale werktijd te dichten?

Suivo helpt Belgische transportbedrijven om tachograafgegevens en de tijdregistratie van hun personeel te combineren tot één enkel, controleerbaar overzicht, waarmee zowel aan Verordening 561/2006 als aan Richtlijn 2002/15 wordt voldaan. Bekijk de producten van Suivo of ontdek de prijzen.

Boek een gratis demo

Coole dingen

15 juli 2026

Het bijhouden van de werktijden van medewerkers is geen bewaking: hoe je draagvlak creëert

14 juli 2026

Flexibele banen en tijdregistratie in België (2026): wat werkgevers moeten bijhouden

13 juli 2026

Tijdregistratie voor nutsbedrijven in België: het bijhouden van de activiteiten van teams op verschillende locaties